Voorwoord

Bibliotheek als menselijke maat bij een digitale overheid

Tijdens een studiereis naar Estland in 2018 zag ik hoe bibliotheken zich positioneren in een land dat digitaal zeer vaardig is. Daar heb ik de inspiratie opgedaan die nu in de visie voor onze bibliotheek zit, maar ook in ons Informatiepunt Digitale Overheid (IDO). Namelijk dat je als overheid altijd een plek moet creëren waar mensen terechtkunnen die niet zo digitaal vaardig zijn. In Estland zien ze dat als een vanzelfsprekendheid.

De Nederlandse overheid digitaliseert zonder voldoende rekening te houden met verschillende doelgroepen. Daardoor kan niet iedereen meekomen en is achteraf hulp nodig. Wij hebben ons na die studiereis voorgenomen om dit niet als probleem te definiëren. Net als in Estland en de Scandinavische landen wil je altijd een punt dichtbij hebben. De Bibliotheek waar je binnen kunt lopen en zeggen: goh, kun je me daarmee helpen?

We hebben daarom bij ons de ontvangstbalie weer teruggezet voor de deur, zodat je daar bijna tegenop botst en uitgenodigd wordt om je vraag te stellen. Met het IDO hebben wij de menselijke maat teruggebracht in de samenleving.

Foto: Geja Olijnsma, directeur-bestuurder de Bibliotheek Venlo

Bij de ontwikkeling van het IDO zijn we enorm in de kaart gespeeld door de coronacrisis. Toen moesten mensen opeens met hun telefoon inloggen met DigiD om een afspraak te maken en QR-codes scannen. Dat is echt een versneller geweest. We ontdekten dat de groep mensen die minder digitaal vaardig is veel groter was dan we hadden gedacht. Een groep die niet per se lid van onze bibliotheek was. Door het gesprek te voeren, ontdek je wat mensen nog meer nodig hebben. Zo raakten onze cursussen op de locatie in Venlo vol. Maar we zijn ook cursussen op alle locaties in de dorpen gaan geven. We hebben ons aanbod ook echt dichtbij moeten brengen.

Toen het Rijk in december besloot om niet te bezuinigen op IDO’s en bibliotheken de primaire uitvoerders ervan te laten blijven, was ik blij. Daar is echter ook sterk voor gelobbyd. Het verhaal van het IDO moet namelijk steeds opnieuw worden verteld. Anders vervaagt het belang ervan en worden andere oplossingen bedacht. Wettelijke verankering van het IDO, mét structurele financiering, is daarom cruciaal voor een duurzame borging.

Wat mij betreft is het IDO toe aan de volgende stap. Daarom maak ik deel uit van een stuurgroep in Limburg die helpt om van het IDO een breder informatiepunt te maken. Het maakt immers niet uit waar die digitale poort voor zit: bij de overheid, banken of ziekenhuizen. De digitalisering houd je niet tegen. Maar dat we met elkaar plekken creëren waar mensen hun weg kunnen vinden, dáárin speelt de Bibliotheek tegenwoordig een grote rol. Het is een laagdrempelige en veilige plek, met goed opgeleide en getrainde medewerkers, ruime openingstijden en altijd dichtbij. Al die elementen samen maken dat de Bibliotheek op dit moment de beste partner en de meest logische plek voor het IDO is.

Provinciale ondersteuningsinstellingen als Cubiss-Bisc spelen hierbij een belangrijke rol. Die moeten samen met ons ontwikkelen wat er op een bepaald moment nodig is. Training, professionalisering, kennisoverdracht en hun netwerk zijn essentieel. Als je een bepaalde standaard wilt ontwikkelen met elkaar, dan is het fijn als er een partij is die dat faciliteert en monitort.

"Wettelijke verankering van het IDO, mét structurele financiering, is cruciaal voor een duurzame borging."

En over vijf jaar? Dan hoop ik dat we het niet meer hebben over de naam IDO. Maar dat het is zoals in Estland: als iemand ergens tegenaan loopt, is de Bibliotheek vanzelfsprekend de plek waar iemand met vragen naartoe gaat. En dat we dat niet eerst als een probleem kwalificeren. Als we het zo met elkaar kunnen doorontwikkelen, zou dat fantastisch zijn.

Veel leesplezier!

Geja Olijnsma Directeur-bestuurder de Bibliotheek Venlo sinds 2017