Bibliotheken dé plek voor IDO’s, maar ‘alertheid blijft nodig’

Openbare bibliotheken blijven de primaire uitvoerders van de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO). Bovendien is de bezuiniging van 10%, bij de overheveling van de specifieke uitkering (SPUK) voor IDO’s naar het Gemeentefonds, definitief van de baan. We bespreken de impact hiervan met Stephanie Kuijper (opgaveregisseur netwerk openbare bibliotheken bij de KB nationale bibliotheek) en Meryem van Gelder (adviseur public affairs bij de Vereniging van Openbare Bibliotheken, VOB).

Wat was jullie reactie toen je dat nieuws in december hoorde? Meryem: We zijn heel blij dat het ministerie de cruciale rol van de bibliotheek in de IDO’s erkent. De overheid streeft naar een menselijker dienstverlening, waarbij wij zien dat de fysieke ondersteuning daarvan in bibliotheken essentieel is. Hoewel bibliotheken nu als primaire uitvoerders zijn aangewezen, zijn zij nog niet de exclusieve partners. Gemeenten behouden de vrijheid om het IDO elders onder te brengen. Wij blijven ons inzetten voor de uitvoering door bibliotheken, om de doorontwikkeling en kwaliteit van de IDO’s in het hele land te behouden. Daarmee zorgen we ervoor dat inwoners in het hele land gelijke toegang hebben tot kwalitatieve ondersteuning bij het doen van digitale zaken.

Stephanie: Voor mij was het een slotstuk van ruim een jaar heel hard werken om dit voor elkaar te krijgen, met veel dank ook aan de VOB. Er is door het kabinet in 2025 een gekke draai gemaakt wat ons betreft. Dus we zijn blij dat het niet langer gaat over de vraag of het IDO überhaupt wel bij de bibliotheek als uitvoerder en organisator hoort, terwijl het gebruik ervan blijft groeien. We zijn nu eigenlijk terug op het punt waar we hopelijk met de overheid het inhoudelijke gesprek kunnen voeren. We zien dat mensen behoefte hebben aan een breed informatiepunt waar ze ook terechtkunnen met vragen bij gedigitaliseerde dienstverlening in de zorg, bankieren, openbaar vervoer enzovoort. We willen die hulp graag bieden en het IDO die kant op laten groeien.

Foto: Meryem van Gelder

Betekent de overheveling naar het Gemeentefonds dat gemeenten het geld niet meer verplicht aan IDO's moeten besteden? Meryem: Ja, gemeenten mogen zelf bepalen hoe zij het geld uit het Gemeentefonds besteden. Daarom is het belangrijk dat we de druk erop houden. De voormalige staatssecretaris van Digitalisering heeft een onderzoek in gang gezet of het IDO wettelijk geborgd kan worden. Bij de uitkomsten daarvan is het ook goed om te kijken hoe de financiering dan verloopt. Het doel is: duurzame borging van het IDO.

Stephanie: Daarom was die uitspraak voor de kerst zo belangrijk. Het feit dat wettelijke borging wordt onderzocht en dat er geen expliciete wens is om het IDO bij de bibliotheek weg te halen, geeft vertrouwen. Toch moeten we alert blijven.

Foto: Stephanie Kuijper

Bestaat het risico dat de kwaliteit van de digitale ondersteuning per gemeente gaat verschillen? Meryem: Zonder de oormerking van de SPUK-middelen vervalt de directe verplichting voor gemeenten om deze specifieke digitale ondersteuning te bieden. Dit kan inderdaad leiden tot verschillen in kwaliteit en toegankelijkheid. Wettelijke verankering van het IDO, met de bijbehorende middelen, is nodig om die gelijkheid en zekerheid te garanderen.

Stephanie: Hoewel we als bibliotheeksector een convenant hebben getekend met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om het IDO te versterken, zijn individuele gemeenten autonoom in hun keuzes. Met de bibliotheek als vaste partner kunnen we landelijke ondersteuning blijven bieden om de kwaliteit van de IDO-dienstverlening overal hoog te houden.

Meryem: Naast de landelijke afspraken is het ook voor lokale bibliotheekorganisaties zaak om dat gesprek met hun gemeente te voeren. We hebben in maart gemeenteraadsverkiezingen. Dit is een mooi moment om het gesprek aan te gaan over hoe die digitale ondersteuning binnen de gemeente wordt georganiseerd.

Moeten bibliotheken nu dus proactief lokaal achter deze middelen aan? Meryem: Zeker. Digitale inclusie en hoe digitaal vaardig mensen zijn, is voor de politiek een blinde vlek. Bibliotheken moeten aan kandidaat-raadsleden en straks aan het nieuwe college van burgemeester en wethouders laten zien aan welke maatschappelijke opgaven zij een bijdrage leveren. Ook met het oog op de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen, Wsob, die dit jaar ingaat, kan een bibliotheek samen met de gemeente afspraken maken over hoe die digitale ondersteuning eruitziet in de meerjarenplannen.

Stephanie: Het IDO vormt een deel van het brede aanbod voor digitale inclusie. Het Digi-Taalhuis, dat digitale basisvaardigheden (leren omgaan met computer, internet, apps, red.) aanleert, is minstens zo belangrijk. Om dit totaalpakket in stand te houden, is een combinatie nodig van de structurele bibliotheekfinanciering, de IDO-middelen en de middelen voor volwasseneneducatie (Wet educatie en beroepsonderwijs). De landelijke netwerkagenda ondersteunt bibliotheken om dit integrale verhaal krachtig over te brengen op gemeenten. In deze samenwerking hebben bibliotheken met overheden en maatschappelijke partners hun ambities aangegeven, onder meer hoe zij digitale inclusie willen vormgeven.

Meryem: Het IDO is geen losse module die je zomaar ergens anders kunt onderbrengen. De professionaliteit en kwaliteit die de bibliotheek biedt, is niet zomaar te kopiëren door een welzijnsorganisatie of de gemeente zelf. De kracht zit 'm in de brede dienstverlening die de bibliotheek biedt: je komt bij een IDO, wordt vervolgens naar een cursus digitale vaardigheden doorverwezen en misschien nog naar een digitale geletterdheidcursus. Het is een totaalpakket.