Opinie
Barbara Kathmann, Tweede Kamerlid

Foto: Barbara Kathmann, Tweede Kamerlid GroenLinks-PvdA
‘IDO is verworden tot een soort spoedeisende hulp’
Ze is, namens GroenLinks-PvdA, al sinds 2023 het Meest Digibewuste Tweede Kamerlid van het jaar. En in oktober diende ze een motie in – die ook werd aangenomen – om te borgen dat de bibliotheken de regie over Informatiepunten Digitale Overheid (IDO's) behouden. Want wat Barbara Kathmann betreft heeft de overheid met digitalisering de plank stevig misgeslagen: “Het moet burgergerichter, leesbaarder en toegankelijker.”
Het Informatiepunt Digitale Overheid heeft in zes jaar tijd meer dan bewezen dat het nodig is, vindt Kathmann. Volgens haar is het inmiddels “meer dan driedubbel” gelegitimeerd. “Het is op dit moment echt het laatste vangnet voor iedereen die digitale ongelukken ervaart bij het zakendoen met de overheid of semi-overheid. Er is eigenlijk geen andere plek waar deze mensen naartoe kunnen.” Het aantal bezoekers en vragen blijft bovendien groeien.
Dat was volgens haar ook voorspelbaar. “Wat er vooraf had moeten gebeuren – en dat gebeurt nog steeds veel te weinig – is dat de overheid de digitale dienstverlening niet zo ingewikkeld maakt: burgergerichter, leesbaarder en toegankelijker.” Digitalisering is ingezet vanuit efficiëntie, maar te weinig vanuit het perspectief van burgers. Daar komt bij dat gemeenteloketten voor dit doel grotendeels zijn gesloten. “En dan nog waren die IDO’s nodig geweest. Want hoe goed je ook digitaliseert, er blijven altijd mensen – 2,5 tot 4 miljoen Nederlanders – met vragen.”
Rol IDO groter dan voorzien Het IDO raakt volgens het Kamerlid, en tijdelijk voorzitter van de Vaste Kamercommissie voor Digitale Zaken, aan iets fundamentelers dan alleen digitale hulp: vertrouwen. “Mensen ervaren problemen met de digitale overheid, zorg of pensioen niet als losse kwesties, maar als falen van de overheid als geheel.” In die context speelt het IDO nu vaak een rol die verder gaat dan was voorzien. “Het IDO vangt het nu vaak op als een soort spoedeisende hulp. Terwijl het fijner was geweest als het had kunnen fungeren als een soort achtervang.”
Die kwetsbare positie werd extra zichtbaar toen het kabinet aankondigde te willen bezuinigen op de IDO’s. Dat was voor Kathmann aanleiding om een motie in te dienen – en met succes – om te garanderen dat bibliotheken de regie over de IDO’s behouden. “En tegelijkertijd had het kabinet een sluw plannetje: ‘We gaan dan wel bezuinigen, maar de Kamer ook voorliegen dat we de dienstverlening op peil houden. Want in dorpshuizen zitten allemaal andere spelers die ook IDO-dienstverlening uitvoeren.’ Ja daaaag … in die dorpshuizen gebeurt het ook met hulp van de bibliotheken.”

‘IDO als wettelijke basisvoorziening’ Volgens haar gaat het daarbij niet alleen om uitvoeringskracht, maar om samenhang. Bibliotheken hebben een breed netwerk opgebouwd met zorginstanties, banken en pensioenfondsen. “Misschien niet direct de taak van IDO’s, maar de vragen die zij krijgen liggen op een heel breed vlak.” Daarnaast is privacy een zwaarwegend argument. “Juist de mensen die de digitale wereld soms ingewikkeld vinden, verdienen een goede bescherming van hun gegevens en hun digitale identiteit. IDO-medewerkers zijn ervoor opgeleid om te weten wat privacygevoelig is.”
Dat nu onderzocht wordt hoe de uitvoering van IDO’s wettelijk kan worden verankerd, noemt het Kamerlid essentieel. Zonder die borging blijft het IDO kwetsbaar voor politieke wisselingen en lokale bezuinigingen. “De bibliotheek is een basisvoorziening. En je zou in diezelfde wet willen vastleggen dat ook het IDO een basisvoorziening is. Zodat ook dat deel van de bibliotheek niet kan worden uitgekleed.” Idealiter hoort daar volgens haar ook structurele financiering bij.
Gemeenteraadsleden meenemen in de praktijk In die landelijke beweging ziet Kathmann een duidelijke rol voor provinciale ondersteuningsinstellingen als Cubiss-Bisc. POI’s kunnen helpen voorkomen dat de kwaliteit van digitale hulp per gemeente te ver uiteenloopt. “Het is mooi als zij een soort regiefunctie hebben waarin je met elkaar kennis uitwisselt. Waarmee je zorgt dat de dienstverlening overal hetzelfde is.” Ook kunnen zij goede voorbeelden delen en gemeenten ondersteunen bij digitale toegankelijkheid, die nog lang niet overal op orde is.
Met de gemeenteraadsverkiezingen net achter ons, ziet het Kamerlid dit als een uitgelezen kans om het belang van het IDO lokaal stevig te agenderen. “Wat je wilt is dat kandidaat-gemeenteraadsleden ervaren hoe belangrijk dit is.” Volgens haar is het nadrukkelijk geen generatievraagstuk. “Er zal altijd – hoe goed je het digitaal ook doet – 20 procent van de inwoners geholpen moeten worden met die digitale vraagstukken.” Bibliotheken en POI’s doen er daarom goed aan raadsleden letterlijk mee te nemen in de praktijk van het IDO: “Als het lukt om zo veel mogelijk kandidaat-gemeenteraadsleden uit te nodigen voor zo’n reis bij een IDO, zou dat echt hartstikke goed zijn.”