Feiten en cijfers
IDO-dashboard: "De start van een gesprek tussen bibliotheken en hun partners."
Via de Bibliotheekmonitor worden veel gegevens verzameld rondom IDO’s. De resultaten worden weergegeven in het IDO-dashboard, dat veel informatie bevat. Maar, wat kunnen we er nou precies mee? We stelden vijf vragen aan Hester Warnaar, Kwantitatief Onderzoeker bij de KB.
- Om te beginnen: wat zijn de meest opvallende resultaten in 2025? Wat valt er op?
Wat vooral opvalt, is dat het aantal mensen dat bij een IDO wordt geholpen blijft groeien. In 2025 bezochten landelijk ruim 146 duizend mensen een IDO. Circa een derde daarvan waren bezoekers in Utrecht, Noord-Brabant en Limburg (32%). Ook blijft het aantal IDO-locaties toenemen, zowel binnen als buiten de bibliotheek.
Dit past goed bij de koers die is ingezet met de Netwerkagenda, waarbij één van de focuspunten is om de IDO’s dichter bij de doelgroep te brengen. Dat betekent dat, in overleg met de gemeente, bekeken wordt of er lokaal ook andere locaties dan de bibliotheek zijn waar het goed is om de IDO-dienstverlening aan te bieden, tijdelijk/pop-up of structureel. Een aantal voorbeelden van externe IDO’s in Utrecht, Noord-Brabant en Limburg zijn: de locatie van Stichting “IK WIL” in Eindhoven, het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein, Wijkcentrum Spijkerbeemden in Tilburg en de pop-up informatiepunten in de dorpskernen in gemeente Bergen (Limburg).
De impactmetingen laten daarnaast zien welk effect een IDO-bezoek heeft op bezoekers. Zo geeft meer dan de helft van de IDO-bezoekers in de provincies Utrecht, Noord-Brabant en Limburg aan na het bezoek verder te willen leren (57%, op basis van 744 vragenlijsten). Bijvoorbeeld over de digitale overheid of over het gebruik van computers en internet. Veel bezoekers komen met een concrete hulpvraag, maar ontdekken tijdens het bezoek ook mogelijkheden om zich verder te ontwikkelen. Bibliotheken spelen hierop in met een ruim aanbod aan cursussen, onder andere op basis van de materialen van Oefenen.nl en Digisterker. Vanuit de Digi-Taalhuizen is er bovendien goed contact met ander lokaal aanbod.
IDO’s zijn daarmee niet alleen waardevol voor het beantwoorden van vragen over de digitale overheid (90% wordt tijdens een bezoek volledig geholpen), maar kunnen ook inspelen op de behoefte van bezoekers om verder te leren.

Foto: Hester Warnaar (foto door Jos Uljee, Beeldstudio KB)
“Het dasboard bevat veel waardevolle informatie en inzichten die bibliotheken kunnen gebruiken in hun gesprekken met (lokale) partners."
2. Welke thema's en vragen komen in het dashboard het vaakst voor? In 2025 werden er landelijk bijna 46 duizend vragen gesteld over de digitale overheid/gemeente. De meest voorkomende thema’s die het dashboard laat zien, sluiten aan bij de onderwerpen waar bezoekers in het dagelijks leven het vaakst tegenaan lopen. Zo ging ongeveer een derde van deze vragen over DigiD, bijvoorbeeld over het aanvragen of activeren van DigiD of over de app.
Andere veelvoorkomende thema’s zijn gemeentelijke regelingen, belastingaangifte, toeslagen/subsidies en de gezondheidsverklaring van het CBR. Daarnaast zijn er veel vragen rond algemene digitale hulp (ruim 94 duizend in 2025), zoals het gebruik van computers en tablets en hulp bij het gebruik van faciliteiten van de bibliotheek. Voorwaardelijke zaken om ook met digitale overheidsdienstverlening om te kunnen gaan.
Tegelijkertijd zien we dat het IDO ook veel breder wordt benut en dat er een grote variatie is in vragen van bezoekers die niet over de digitale overheid of algemene hulp gaan. Bijvoorbeeld vragen over digitale zorg of online bankieren. Deze diversiteit laat zien dat het IDO voorziet in een behoefte aan een laagdrempelige en toegankelijke plek waar inwoners met vrijwel alle (digitale) vragen terecht kunnen.
3. Zijn verschillen tussen bibliotheken te verklaren? Het dashboard biedt verschillende mogelijkheden om resultaten te vergelijken. Verschillen tussen provincies zijn hierbij minder richtinggevend, omdat bibliotheekorganisaties binnen provincies erg van elkaar verschillen. Vergelijkingen die meer informatie opleveren, zijn bijvoorbeeld vergelijkingen met het landelijk gemiddelde, met bibliotheekorganisaties met dezelfde omvang, of met bibliotheekorganisaties met een vergelijkbaar aantal openingsuren van het IDO. In het dashboard kan dan ook gefilterd worden op omvang en is het mogelijk om de resultaten af te zetten tegen het landelijk gemiddelde. De openingsuren zijn terug te vinden in de kenmerken van de IDO’s.
Sinds januari is er, op verzoek van bibliotheken en POI’s, bovendien een extra vraag toegevoegd over de manier waarop de IDO-dienstverlening is ingericht. Bijvoorbeeld of op een IDO-locatie wordt gewerkt met IDO-spreekuren of met een IDO dat altijd open is. Deze toevoeging maakt het straks eenvoudiger om de registraties in het dashboard te vergelijken met andere bibliotheekorganisaties die de IDO-dienstverlening op eenzelfde manier hebben ingericht.
4. Hoe gebruiken bibliotheken dit dashboard optimaal? Met behulp van de Bibliotheekmonitor wordt inzichtelijk gemaakt hoe bibliotheken invulling geven aan hun maatschappelijke functie. Dit gebeurt zowel via jaarlijkse metingen, zoals de Gegevenslevering Wsob, als via continue metingen van het aanbod, de opbrengsten en de impact van bibliotheken. De resultaten van de jaarlijkse metingen worden gepubliceerd in onderzoeksrapportages. De resultaten van de continue metingen worden weergegeven in twee dashboards: het IDO-dashboard en het impact-dashboard. Hierin is veel waardevolle informatie te vinden over de achtergrond, opbrengsten en impact van het IDO.
Al deze informatie kunnen bibliotheken gebruiken in de feedback naar (lokale) partners en om hun eigen dienstverlening te verbeteren. Hoe bibliotheken het IDO-dashboard optimaal kunnen gebruiken, hangt af van het verhaal dat zij willen vertellen. Wil je laten zien hoeveel bezoekers bij de IDO’s worden geholpen om de investering in het IDO te verantwoorden? Dan kun je de data van het aantal IDO-bezoekers en het aantal beantwoorde vragen gebruiken om de situatie in kaart te brengen. Wil je juist iets zeggen over de ontwikkeling in de afgelopen jaren? Dan kun je trends en veranderingen laten zien. Je kunt ook zichtbaar maken dat digitale inclusie een belangrijk vraagstuk is binnen jouw werkgebied, of laten zien waar inwoners specifiek vragen over stellen en wie de relevante (potentiële) lokale en landelijke netwerkpartners zijn. Hierbij kunnen de resultaten aangevuld worden met inzichten en quotes uit de impactmetingen.
Voorbeelden voor gebruik inzichten vanuit de KB
Om bibliotheken handvatten te bieden voor het gesprek met bijvoorbeeld gemeentes of andere partners, zijn bovendien landelijke én lokale invulbare infographics ontwikkeld met de resultaten van zowel de opbrengsten als de impact van het IDO. In de lokale versie kunnen bibliotheken de aantallen, percentages en quotes van de eigen organisatie invullen en dit overzicht gebruiken als basis voor het gesprek met partners.
5. Wat zijn de belangrijkste inzichten via het dashboard die je bibliotheken mee wilt geven? Het dasboard bevat veel waardevolle informatie en inzichten die bibliotheken kunnen gebruiken in hun gesprekken met (lokale) partners. Het laat op lokaal niveau goed zien aan welke behoeften het IDO voldoet. Daarnaast speelt het dashboard een belangrijke rol op landelijk niveau, bijvoorbeeld voor de landelijke uitvoeringsorganisaties en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De resultaten uit het dashboard geven namelijk feedback op hun dienstverlening en creëren bewustzijn over het grote aantal vragen dat binnenkomt, en maken duidelijk zichtbaar dat veel mensen hier hulp bij nodig hebben.
Kortom: het IDO-dashboard is geen eindpunt, maar een startpunt voor het gesprek tussen bibliotheken en hun partners.